Op reis naar Istanboel

door André de Raaij

Turkije is een land in oorlog, iets wat je beseft als de dag voor je vertrek De Volkskrant kopt met honderden doden in Koerdistan. Nu is Koerdistan in Istanboel ver weg, ter breedte van half Europees Rusland tenslotte, verder weg dan Noord-Ierland van Londen. Je hoeft het niet te merken, sterker nog – je merkt het niet in Istanboel. Het televisiejournaal besteedt het grootste deel van de zendtijd aan de oorlog, het internationale nieuws is dan een sluitpostje, en daar komt zowaar “onze eigen” Ed van Thijn in beeld. Vijftig Turkse doden in Amsterdam, zoemt het door de stad, zo zie je dat “de Bijlmerramp” ook elders zijn sporen achterlaat.

In de dagelijkse oorlog in het oosten vallen meer slachtoffers met het staatsburgerschap van de Turkse republiek dan bij deze paniekschatting die in ieder geval niet bleek te kloppen. De oorlog is ook te merken in de krantekoppen. De Iraakse Koerden mogen in West-Europa het grootste deel van de tijd vergeten zijn, voor officieel Turkije zijn het beurtelings vijanden en goede vrienden. Vijanden, als zij de ondeelbaarheid van Irak ter discussie lijken te stellen. Vrienden, als de huidige machthebbers in het autonome gebied de jacht openen op hun concurrenten van de PKK.

Toch zijn de Koerden niet zo onzichtbaar in de stad als eerder althans officieel wel het geval moest zijn. Er zijn koffiehuizen waar men ontspannen aan de waterpijp zit te lurken en waarvan de naam een aanwijzing geeft welk publiek er speciaal welkom is. Een enkele kiosk heeft zelfs een Koerdisch krantje, per definitie subversief – voor de betrekkelijke democratisering werd het bestaan van een Koerdisch volk in Turkije van hogerhand simpelweg ontkend. In het oosten woonden Bergturken, en dat ze wel eens lastig en dwars waren lag aan hun vreemde karakter. Nu vormen zij, net als de Turkse minderheid in Bulgarije, een onmisbare pijler van de regering, al is de Koerdische positie in Turkije alweer aan het afbrokkelen, nu de oude partijen terug mogen keren. Meer dan krantjes in de kiosk vind je Koerdische cassettes bij de audiokiosk (vooral cassettes, enkele ceedees en in het geheel geen platen) en bij de straathandelaren. Op een dag is een van de kiosken aan de kade in Eminönü opgetooid met Koerdische affiches en klinkt de muziek luid in het rond. Het zorgt voor permanente aanloop van druk pratende mannen, die zich verdringen om de speciaal aanbevolen cassettes. Er valt niet tussen te komen. De volgende dag is het affiche weg, zit er iemand anders achter het loket, maar de cassettes zijn er nog en ze liggen prominent vooraan. Bij een andere gelegenheid liet deze kiosk trouwens ook een keer Griekse rebetika over de kade schallen, dus men was helemaal een beetje dwars.

Turkije is officieel weer een democratie, er wordt door de huidige regering zelfs meer democratie beloofd, maar hoe moet je je dat voorstellen bij een land dat in permanente binnenlandse oorlog is? Want laat ik het bij voorbaat stellen: Turkije komt net zo goed voor een grondige amputatie in aanmerking als Rusland of Servië. De Koerden is tijdens de Eerste Wereldoorlog een eigen staat beloofd, net als de Armeniërs en de joden, en nog andere volken in deze streken. Als deze wens niet uitgevoerd wordt zal er geen rust zijn in deze streken, maar ook aan deze rand van het voormalige Turkse rijk wil men van geen wijken weten: wel neerkijken op de minderheden binnen de grenzen, maar als het er op aankomt is men ze liever rijk dan kwijt, en op een flink aantal doden wordt dan niet gekeken.

Nu valt er wel het een en ander te vrezen als de onvermijdelijke verdere explosies komen die de aanpassing van de grenzen aan de etnisch-religieuze werkelijkheid zouden moeten begeleiden. Het halvemaantje van Cilicië, met de steden Adana, Antakya (Antiochië) en Iskenderun (Alexandrette) wordt op goede gronden opgeëist door Syrië: hier woont een in meerderheid Arabische bevolking. Het valt niet te zeggen wat het onlangs herrezen Armenië terug zou willen van het oorspronkelijke hartland van de Armeniërs, waar de etnische zuiveringen van 1915 en later ervoor gezorgd hebben dat deze streken nu Koerdisch zijn. En hoe moet het verder met de Syrische christenen van Tur ‘Abdin? Wat voor effecten hebben de oorlogen die al woeden in de Kaukasus, in hoeverre behoedt het NAVO-lidmaatschap Turkije nu nog van het daadwerkelijk optreden als beschermer van Turkse islamieten in de omliggende landen: Griekenland, Karabach, voormalig Joegoslavië – een rij dominostenen van Zagreb tot ver in Siberië kan tot zeer opgewonden toestanden zoniet bloedige lokale oorlogen leiden, waarbij de buren met hun verkeerde nationaliteit of religie het eerste slachtoffer zijn. Istanboel als nu nog rustige spil van een bloedig gekkenhuis, het fin de siècle van honderd jaar geleden wordt met zwaardere wapens nog eens overgedaan – sombere gedachten die je vergeet als je in Istanboel bent, laat ik dat vooropstellen.

Wat je daar merkt is de onvermijdelijke solidariteit met de geloofsgenoten in Bosnië-Herzegowina, en ik zal niemand van links tot rechts in Turkije op dit punt ongelijk geven. Wel moet ik walgen als in een winkel met boekjes die zich in politieke prenten en cartoons specialiseert een boekje uit Azerbeidjan zie liggen. Met uiteraard de nodige bittere grappen over het reële socialisme, nog maar net verdwenen in deze voormalige Sowjetrepubliek. Maar ook met een tekening over het verschil tussen de etnische zuiveringen in Karabach en Bakoe. De Turken worden naakt en berooid, en met achterlating van hun gedode mannen, Karabach uitgegooid. De Armeniërs vertrekken met een volgeladen auto met aanhangwagen, eveneens volgetast uit Bakoe, een compleet gezin, welvarend en wel, en het detail van het varken dat meegaat in de aanhangwagen is niet vergeten. De gruwelijke pogroms van de Armeniërs tegenover het vriendelijke uitwijzingsbeleid van de Turken – Adolf Hitler heeft een voorbeeld genomen aan de massamoord op de Armeniërs, in zijn tijd.

Zou dat de reden zijn dat Hitlers boek, Mein Kampf, Kavgam in het Turks, in menige kiosk en boekhandel prominent geëtaleerd is? Met daarnaast liefst een titel over Joden en Vrijmetselarij, Het complot van de Zionisten en Vrijmetselarij en kapitalisme? Dit kwartet was ook waar te nemen in een boekhandel die verder gelieerd leek met de als sociaal-democratisch beschouwde CHP, opgericht door Atatürk zelf. Turkije was neutraal in de Tweede Wereldoorlog, en er zijn nogal wat joden naar Istanboel gevlucht als dat kon. Maar een land waar dit boek openlijk aan het publiek kan worden aangeprezen is de Zieke Man van Europa, nog steeds.

Die aanwezigheid van Hitler in de etalage is extra verwarrend als je bedenkt wat de belangrijke thema’s van diens volgelingen in Nederland of Duitsland zijn. Joden, ook wel zionisten geheten, natuurlijk, een belangrijk raakpunt met de Turkse nazi’s. Maar een zeker zo belangrijk punt voor hun geestverwanten in onze streken is juist: Turken eruit, etnische zuivering hier, doet er niet toe of ze ook nazi-sympathieën hebben. Een paradox die inherent is aan dergelijk racistisch nationalisme, dat was ook vijftig jaar geleden al zo. Als je een centrumdemocraat laat weten dat hij of zij geen gore praatjes heeft te verkopen over je Turkse buren – die overigens heel goed eigenlijk Koerdisch of Syrisch kunnen zijn -, dan kan het heel goed zijn dat je een sympathisant van het zelfde gedachtengoed verdedigt. Een reden om antiracisme niet zomaar met antifascisme te vereenzelvigen, al is ook dat erg verwarrend, want het eerste hoort toch vanzelf het tweede te impliceren.

De eerste, belangrijkste indruk die Istanboel maakt is die van massa’s – een enorm drukke stad met veel smog, stoffig en met voortdurende grootscheepse verplaatsing van mensen: via de boten over de Gouden Hoorn, Bosporus en Zee van Marmara; via de bussen, bijna altijd stampvol; via de taxi’s en de lijntaxi’s, dolmus geheten – dat betekent “vol” in het Turks, dat zegt genoeg. De dolmus is een verworvenheid van de Marshallhulp, naar verluidt, en menig busje ziet er naar uit, half door zijn achteras gezakt en nog steeds op de baan; stamp- maar dan ook stampvol is ook de nieuwbakken tramlijn over de Mesè, de middenweg van de Byzantijnse stad. Istanboel is tegenwoordig weer een tramstad, al is het vooralsnog een eindje ter lengte van de Amsterdamse spitslijn lijn 20, van Aksaray naar Sirkeci. Maar een rit is gratis, waarschijnlijk omdat het nog een proeflijn is, en de wagens zijn onbeschrijflijk vol. Als de lijn af is kunnen de tramwagens op zijn minst uitgebreid in revisie wegens deze overbelasting, maar dat zal wel niet gebeuren.

Massa’s te voet, op de boot en per as dus. De chauffeurs sturen echter niet per claxon, als in Caïro, en voorzover ze van toeteren houden geeft de politie zelf het goede voorbeeld. Ze hebben een megafoon op hun dak en dat zullen we weten ook.

Straatverlichting is een zo goed als afwezige voorziening in de stad. Gelukkig is de algemeen-zuidelijke gewoonte van het rolluik voor de ramen hier niet in zwang, zodat de huizen zelf nog enig licht afgeven, maar dat is toch veel te weinig. De straat zit vol kuilen en gaten, bij voorkeur worden de Mercedessen breeduit op de stoep geparkeerd en moet de voetganger zich dus maar op de drukke rijweg begeven – net Amsterdam, nietwaar. De luchtjes van de stad doen Pools aan: een overheersende zwavellucht van kolen of leisteen die als brandstoffen dienen, de auto’s zijn ongetwijfeld niet van katalysator voorzien en als klap op de vuurpijl stinkt ook de Gouden Hoorn naar verrotte sloot. Het is bijna ongelooflijk dat hier zichtbaar vanaf wal of brug grote kwallen af en aan zwemmen – ha, die hebben wij niet in het IJ, of wel? – en dat de vissers op de kade onafgebroken makrelen en sardines uit hun element trekken. In de Gouden Hoorn lijkt mij een mooie taak te liggen voor Hollands Glorie, het baggerwezen, ook al is de haven verder niet verstopt, het gaat meer om de stank.

Tot overmaat van ramp staakt als wij er zijn de reinigingsdienst ook nog eens, de gevolgen hiervan zijn natuurlijk in de armste buurten het duidelijkst waar te nemen.

Turkije is een seculiere staat, het alom aanwezige portret van Atatürk moet ons daar voortdurend op wijzen. Wie de Volkskrant leest weet vast wel, dat eens in de paar maanden op de U-pagina op zaterdag een zeurderig ingezonden stuk geplaatst wordt over de kerkklokken op zondagochtend. Moet dat nou, ik wil uitslapen, en dan klinken die christelijke klokken om half elf, half tien, en dan ken ik nie uitslaapen, en wezijnhiertogniemeerkristeluk in dit land? Het is de zever van types die het ongetwijfeld bespreekbaar vinden dat de moskee in de Buurt dezelfde rechten krijgt – wat hun betreft geen natuurlijk, want anders kenne ze niet uitslaaape…

Nu, in Istanboel valt niet uit te slapen. In deze grootste stad van de seculiere republiek Turkije zijn meer dan 1300 moskeeën, dertienhonderd! Vanuit die moskeeën wordt opgeroepen tot gebed. Vijf keer per dag. Op straat trekt niemand zich er wat van aan, die vier keer overdag dat er vanuit 1300 moskeeën tot gebed wordt opgeroepen, in Istanboel geen Iraanse of Algerijnse toestanden, geen openbaar massaal geveins. Het op een dergelijke manier in het openbaar te koop lopen met enigerlei betrokkenheid met het opperwezen komt op iemand als mij, met de liberale Nederlandse Hervormde Kerk als achtergrond, onwaarachtig over. Kijk eens hoe goed ik mij overgeef aan God. Maar ja, godsdienst privézaak tenslotte, dus men moet het verder zelf maar weten, laat het ook maar in Amsterdam of andere Nederlandse steden van de schaarse minaretten schallen. Alleen moeten die zeikerds met hun ingezonden stukken wel bedenken, dat als iedereen onbelemmerd zijn godsdienstige overtuigingen aan omwonenden mag doen horen, want ze hebben zoooo’n last van kerkklokken, dat zij het nog wel eens zouden kunnen bezuren. In Istanboel wordt omstreeks vijf uur ‘s ochtends door 1300 megafooninstallaties luidkeels gezongen dat God groot is, er geen andere God dan God is en dat Mohammed zijn profeet is – voor het geval dat je het vergeten mocht zijn. Zeven dagen per week, geen moedertjelief dat zich zal bekommeren om jouw uitslaaaapje. De muezzin heeft het er op dit vroege tijdstip ook nog wel eens moeilijk mee, klopt eens op de microfoon, kucht en reutelt eens wat en steekt dan van wal. Zou het ooit echt wennen? Je kunt oordopjes of watjes indoen, of op een plaats in het huis slapen waar het minder doordringt, maar hoe het ook zij, ik geef geen cent voor het voortbestaan van het liberalisme van de zeurpieten die de minaret in de strijd werpen als argument tegen wat kerkklokken op zondagochtend. Het geroep vanuit het riool dat nu nog desnoods met quasi-feministische argumentjes balkt en stookt over hoofddoekjes, – ach wat zielig, en ja dat zal wel, maar iedereen zij zijn of haar eigen zieligheid gegund -, zal ferm aanzwellen al dan niet onder leiding van mijnheer Bolkestein als blijkt dat vrijheid van religie en dus vrijheid voor de islam betekent dat je in het holst van de nacht wordt wakkergeroepen. Van mij mag het, maar ik ben niet optimistisch over de gevolgen als het inderdaad zou mogen vanaf die enkele Nederlandse moskee met minaretten.

Overigens, hoe klinken de christelijke kerkklokken in de hoofdstad van het christelijk oosten? Niet dus, niet in het liberaal-seculiere Turkije, ‘s zondags om een uur of negen dient rust betracht te worden, je ligt dan nog uit te puffen van de salaat van vijf uur. Christelijk en joods Istanboel, we zijn er speciaal naar op zoek geweest, en het was flink zoeken.

Advertisements