Verslag van de International Conference on Asceticism, Union Theological Seminary, New York, april 1993

door Annabelle Parker

Aangemoedigd door Elizabeth Castelli, collega-Syncletica-kenster, besloot ik om het bovengenoemde interessante en belangwekkende congres in New York City te bezoeken, als één van de weinige niet-universitair gebonden congresgangers (‘Where do you teach’ was een veel gehoorde vraag). New York beviel best, en de omgeving van het Union Theological Seminary was prachtig. Het was volop lente en de besloten tuin bood vele mogelijkheden tot rust, overpeinzing en gesprek. Daarbuiten, op Broadway, was het gezellig druk, met veel boekenstalletjes.

De officiële titel van het congres luidt: ‘The Ascetic Dimension in Religious Life and Culture’. Het beloofde een belangrijk congres te worden, van zondag tot en met donderdag. Jarenlange voorbereidingen gingen eraan vooraf door een groep mensen, die vanuit diverse disciplines het begrip ascetisme bestudeerd had. Dit was de eerste grote ontmoeting van die besloten groep met andere wetenschappers en belangstellenden die zich bezig houden met de bestudering van ascetische levenswijzen.

In al die jaren van overleg was het voor de besloten groep niet mogelijk gebleken een sluitende definitie te vinden van het begrip ascetisme (Castelli: “We have published three volumes of something we still have to define”). Er zijn zoveel manieren waarop ascetisme beoefend kan worden, dat het zeer interessant is om deze kwestie in een grotere groep ter discussie te stellen. Het congres werd geleid door Vincent Wimbush en William Love van Union. Iedere congresganger kon zijn/haar zegje doen, en de congresleiding zou er zelfs op letten dat alle opmerkingen in de congresbundel zouden worden opgenomen. Ik kan in dit verslag maar een beperkt aantal sprekers noemen, omdat de dertig lezingen te veel ruimte zouden innemen in dit artikel.

De eerste dag had als thema “Origins and meanings of Asceticism”, hetgeen vooral ‘kip-ei’discussies bij het publiek losmaakte. De eerste lezing was van Gillian Clark (Univ. of Liverpool), die onlangs een boek schreef over vrouwen in de Late Oudheid. Zij vroeg zich af of ascetisme een echte christelijke levensstijl is. Daarna volgde Samuel Rubenson (Lund), die bekend moge zijn van zijn boek The letters of St. Anthony. Hij sprak over Antonius en de oorsprong van het monasticisme: volgens Rubenson is het nodig het intellectuele milieu (de bronnen) te bestuderen teneinde iets over de motieven en de gedachten van de eerste monniken te leren. Volgens hem trok de ascetische levenswijze in Egypte niet alleen armen aan, maar ook velen uit de ‘geletterde’ middenklasse en hogere klassen. De eerste monniken waren middenklasse geletterde personen die niet gevlucht waren uit de maatschappij, maar die een filosofisch leven trachtten te leiden ver van de maatschappij.

De eerste avond vond het ‘Plenary Address’ plaats in de mooie kapel van Union door bisschop Kallistos Ware. Zijn lezing was getiteld “The way of the ascetics: negative or affirmative?” Ware benadrukte dat ascetisme een universele, menselijke roeping is. De twee belangrijkste verschijnselen van ascetisme, terugtrekking (anachoresis) en zelfbeheersing (enkrateia), zijn, wanneer ze positief benaderd worden, hiervan het bewijs. Ascetisme is geen onderdrukking of egoïsme, maar transfiguratie: ‘Serving society by transforming himself’, aldus Kallistos Ware.

De tweede dag had als thema “Hermeneutics of asceticism”. Averil Cameron (King’s College. London) sprak over “Ascetic closure and the End of Late Antiquity”, waarbij ze ascetisme ziet als een mogelijke factor voor culturele verandering in de Late Oudheid. Dit is te bewijzen door naar de gebezigde taal van de ascetische geschriften ( de ‘ascetic discourse’) uit die tijd te kijken. Deze taal was er één van discipline en beheersing. De Laat-Antieke asceten leefden niet in een aparte wereld, maar midden in de maatschappij, ze hadden namelijk een publiek nodig; en zodoende had hun taalgebruik en daardoor hun ideeëngoed invloed op allen om hen heen, ook op armen en vrouwen. Cameron besluit met de benadrukking dat de geschiedwetenschap baat zou hebben bij een tekstkritische benadering van het bronnenmateriaal.

In het antwoord, dat na iedere ronde van toespraken werd gegeven, benadrukte Elizabeth Castelli (College of Wooster, Ohio) dat Cameron de theorie, dat Byzantium een statisch theokratisch rijk zou zijn, ontkracht heeft in haar rede over de onstabiele vijfde-eeuwse maatschappij.

Dinsdag de 27ste april was gewijd aan het thema “Aesthetics of Asceticism” en werd voornamelijk gehouden in het aan de overzijde van Union Theological Seminary gelegen Jewish Theological Seminary of America. De drie sprekers waren zeer uiteenlopend van karakter: Ephraïm Isaac (uit Eritrea, vertelde hij me, maar lesgevend aan het Inst. of Semitic studies, Princeton, N.J.) sprak over de rol van voedsel en vasten in religie; Gregory Collins, een Ierse monnik, sprak over Symeon de Nieuwe Theoloog. Als laatste trad Geoffrey Harpham (Tulane, New Orleans, English Dep.) op, die een schokkende redevoering hield onder de titel “Ascesis and the Modernity of Art”. Hij had xeroxen uitgereikt van twee afbeeldingen: één van een omarming van Elisabeth en Maria, en een afbeelding van Paulus van Thebe en Antonius Abt, die elkaar voor een grotingang omarmen. U begrijpt al waarom de zaal ging gniffelen: Harpham gaf deze afbeeldingen een psychoanalytische betekenis. Zelfs de Koptische ikoon van Antonius op de voorkant van het programmaboekje werd homoseksueel uitgelegd. In de discussie na afloop keerden Isaac en Collins zich tegen de visie van Harpham dat de boekrol in Antonius’ handen symbool zou staan voor het mannelijk lid… Harpham verdedigde zich door te zeggen dat ascetisme volgens hem geladen is met erotiek, alleen wil men dat niet zien. Deze discussie was de meest grappige en heftige die in de conferentie voorkwam.

De volgende dag was het thema “Politics of Asceticism”. Vasudha Narayanan (U. of Florida) sprak over de teruggetrokken levensstijl van de Srivaisnava-gemeenschap in India. De huwelijksmetafoor van het huwelijk van Antal met Vishnu wordt op de gemeenschap overgebracht. De vrouwen uit de gemeenschap proberen zoveel mogelijk op deze Antal te lijken als ze trouwen. Dit is een ascetisch gebruik. Een soort ‘Bruiden van Vishnu’?

De laatste dag bestond uit een aantal korte lezingen over diverse onderwerpen. Zo sprak Jason BeDuhn (Indiana Univ.) over “The battle for the Body in Manichean Asthetics”. Jason: ‘To be a Manichean is to be an ascetic’. Helaas is het omgekeerde niet het geval, zodat de definitie van ascetisme wederom niet werd gevonden. Maar ja, van de enige groep waarvan ieder lid een asceet was, de Manichaeeën, is dan ook iedereen uitgestorven, zoals Elizabeth Clark (Duke Univ., N.C.) in haar ‘critic’s response’ mededeelde.

Clark had de ondankbare taak om de hele conferentie samen te vatten als ‘Conference reporter’. Zij deed dat zeer helder.

Samenvattend was de conferentie geslaagd in zijn opzet om discussie op gang te brengen tussen geïnteresseerden in- en kenners van ascetische levenswijzen over het begrip ascetisme. Met veel belangstelling zie ik uit naar de Proceedings van de conferentie en een mogelijke opvolger ervan over enkele jaren.

Advertisements